Portret: André Scrima (1925-2000)

Door Petre Maican.

André Scrima was een van die uitzonderlijke individuen, die zowel een zeer discrete als blijvende indruk op de kerkgeschiedenis heeft nagelaten. De invloed van Scrima is merkbaar buiten de grenzen van zijn geboorteland Roemenië. Dat blijkt uit zijn activiteiten voor het Tweede Vaticaan Concilie, het doorbreken van stigma’s tussen de Oosters-orthodoxe kerken en de Rooms-Katholieke Kerk en het spirituele leven in het door oorlog verscheurde Libanon.

Scrima werd geboren in Gheorgheni, Roemenië in 1925. Vanaf zijn jonge jaren blijkt Scrima aanleg te hebben voor het leren van vreemde talen. Hij was al bekend met het Engels, Frans, Duits, Russisch, Arabisch en Sanskriet toen hij in 1942 aan de middelbare school begon. In 1944 vangt Scrima aan met zijn studie aan de Faculteit der Wijsbegeerte en Letteren aan de Universiteit van Boekarest, waarvan hij in 1948 zijn diploma ontving. Door zijn kennismaking met de leden van de Burning Bush raakt Scrima in deze periode geïnteresseerd in theologie en spiritualiteit. Deze groep bestond uit priesters, leken en monniken die het godsdienstige leven van Roemenië nieuw leven wilde inblazen. De frequente bijeenkomsten van de groep overtuigden Scrima ervan zich aan te melden voor een studie aan de Theologische Faculteit (1948). Tegelijkertijd wordt hij novice bij het Antim klooster in Boekarest, een van de plekken waar de vergaderingen van de Burning Bush regelmatig plaatsvinden.

We kunnen het jaar 1956 zien als het annus mirabilis van Scrima, waarin hij afstudeert aan de Theologische Faculteit, zijn geloftes als monnik aflegt in het klooster en vertrekt naar India na het verkrijgen van een promotiebeurs. Aan het begin van dit jaar werkte Scrima namelijk als vertaler voor een delegatie van Indiaanse politici die Roemenië bezochten. De Indiaanse vicepremier, Sarvepalli Radhakrishnan (1888-1975), was dermate onder de indruk van Scrima’s kennis van het Sanskriet en Indiaanse spiritualiteit, dat hij hem de promotiebeurs aanbood. Na een tweejarig verblijf besluit Scrima in 1959 terug te keren naar Europa, waarna hij zich in Parijs vestigt. Scrima had 2 jaar later een voorspoedige ontmoeting met oecumenisch-patriarch Athenagoras I (1886-1972). Net als Radhakrishnan raakt ook Athenagoras geïntrigeerd door Scrima, waarna hij hem benoemt tot archimandriet van de oecumenische zetel en zijn persoonlijke secretaris. Vanuit deze nieuwe positie nam Scrima deel aan het tweede Vaticaanse concilie, waar hij heeft bijgedragen aan verschillende officiële documenten, zoals de Lumen Gentium 8. Daarbij heeft hij veel gewerkt aan het doorbreken van de stigma’s tussen de Oosters-orthodoxe kerken en de Rooms-Katholieke Kerk. Deze bijzondere gebeurtenis heeft na meer dan duizend jaar plaatsgevonden in Constantinopel op 7 december 1965.

Tussen de jaren 1970’ en 1980’ is Scrima een veelgevraagd spreker, die door Europa, Afrika en Noord-Amerika reist. Hij geeft onderwijs aan de Université Saint-Joseph in Beiroet, lezingen aan verschillende universiteiten in de Verenigde Staten, organiseert een bezoek van de Daila Lama aan de Rothko kapel in Texas, richt een instituut op voor islamitisch-christelijke studies in Lebanon en vervolgende daar zijn werk als spirituele mentor van de kloostergemeenschap van Deir el Harf. Na de val van het communisme in 1991 keert Scrima terug naar Roemenië en begeleidt hij een groep van jonge en invloedrijke intellectuelen tot aan zijn dood op 19 augustus 2000.

De literaire werken van Scrima zijn vooral in op een bredere context en zijn zelden systematisch. Zijn belangrijkste werken zijn Apofatische Antropologie, Commentaar op het Johannes Evangelie en De tijd van de Burning Bush. Het voornaamste punt van Apofatische Antropologie, Scrima’s bachelor thesis, is dat het apofaticisme zowel een experimentele benadering tot God is als een spirituele methodologie die verlichting brengt voor het individu, zoals door Paulus is zijn brieven is benoemd. Commentaar op het Johannes Evangelie is gebaseerd op Scrima’s notities voor zijn onderwijsactiviteiten aan de kloostergemeenschap van Deir el Harf en geeft een mystieke exegese op de tekst. De tijd van de Burning Bush is geschreven na zijn terugkomst in Roemenië en beslaat een nagedachtenis van de groep, zijn commentaar op het testament van de oprichter Ivan Kulygin (1883-1950) en enkele van zijn vroege artikelen over de geloofsbeoefening van het Oosters-orthodoxe christendom.

%d bloggers liken dit: