Geen verdeeldheid in twee, maar pluralisme – Kerk en Religie in Oekraïne

Door Alfons Brüning.

Oekraïne wordt traditioneel vaak omschreven als “grensland” tussen Oost en West. Enerzijds wordt hiermee de religieuze tegenstelling aangeduid; Oekraïne als grensland tussen het Oosters orthodoxe en Westerse christendom. Anderzijds speelt Oekraïne een belangrijke rol in geopolitieke modellen (deels gebaseerd op religie), zoals het beruchte boek van de Amerikaanse politicoloog Samuel Huntington. Daarin wordt Oekraïne opnieuw omschreven als grensland tussen Rusland en Europa. In algemenere zin, en meer met het oog op religie en cultuur, wordt Oekraïne ook beschouwd als een grens tussen een Latijns-Westerse en een orthodox-christelijke sfeer. Consequent is nu ook de oorlog in Oekraïne uiteindelijk een confrontatie tussen Oost en West, of tussen Rusland en Europa. Religie, en op basis daarop cultuur en politieke systemen botsen tegen elkaar. Hoewel deze visie in ietwat simpele termen nog altijd wordt verkondigd door het Kremlin en het Moskouse patriarchaat, met name door patriarch Kirill is het een ietwat simplistische veronderstelling van de werkelijkheid.  

Wanneer men daarin gelooft, gaat het inderdaad om het verdedigen van Oekraïne als een integraal onderdeel van de “Russische Wereld”, en van “traditionele waarden”, die beschermd moeten worden tegen de aanvallen van de NAVO, het Westers liberalisme en secularisme, en de invloed van een deels gedegenereerd Westers christendom. Desalniettemin doet deze vertekende visie géén recht aan de complexe realiteit van in het land na de Oekraïense onafhankelijkheid (1991). Daardoor wordt er onder meer amper aandacht besteed aan de stem en de zelfidentificatie van Oekraïners. In dit achtergrondartikel wordt kort uiteengezet hoe complex die realiteit is door te kijken naar de betekenis van de naam “Oekraïne”, het verleden van het land en de huidige situatie van de Oekraïense kerkgemeenschappen.

Betekenis van “Oekraïne”

De term “grensland”, “land op de grens”, is een mogelijke vertaling van de naam “Oekraïne”. In Oost-Slavische talen is “kraj” het woord voor grens. “Oekraina” kan dus worden begrepen als “op de grens”, of “aan de rand”. Het zal niemand verwonderen dat er al jaren een discussie gaande is over wat “Oekraïne” nu daadwerkelijk betekend. Oekraïense intellectuelen, niet in de laatste plaats diegenen met een kerkelijke achtergrond, verzetten zich tegen het perspectief waarin hun land wordt afgeschilderd als een randzone en “periferie van alles” met een mengelmoes van Oosterse en Westerse cultuur zonder enig eigen karakter. . Dat gebeurt nu ook weer: de oorlog wordt beschouwd als een proxy war (“oorlog bij volmacht”) tussen het Westen en Rusland, waarbij Oekraïne wordt gebruikt als gevolmachtigd toneel. In deze discussie verdwijnt stiekem wat de Oekraïners in hun taal als “subjectnist” aanduiden: dat het land en de bevolking als subject bestaan met een eigen cultuur en religieuze traditie, die wel beïnvloed zijn door het Oosters en Westers christendom, maar nog altijd een eigen karakter hebben. “Kraj” heet in andere versies van de Oost-Slavische talen (en West-Slavische talen, zoals het Pools) “het land” en “Oekraina” dus “in het land zijnde”. Dat veronderstelt impliciet, dat er een land is, niet alleen een periferie, en een weliswaar door de grenslandsituatie bepaalde, maar toch uiteindelijk autonome christelijke cultuur.

Historisch Oekraïne: diversiteit

Inderdaad ligt dit land op een ontmoetingsruimte tussen diverse culturen. Al in de late middeleeuwen, in de veertiende en vijftiende eeuw, toen Oekraïne nog onderdeel was van het grote rijk Polen-Litouwen, leefden in steden als Lviv en Kyiv (Kiev) grote gemeenschappen van Oosterse en Latijnse christenen. Daarnaast leefden bijvoorbeeld ook Armeniërs, joden en moslims naast elkaar in deze steden. Eenzelfde grote etnische en religieuze diversiteit van de inwoners is te vinden in steden buiten het territorium van het hedendaagse Oekraïne, zoals in Polotsk in Wit-Rusland of Vilnius in Litouwen. Op het platteland was de situatie vergelijkbaar. Voornamelijk Oekraïense historici hebben in de afgelopen decennia veel onderzoek gedaan naar de relaties tussen de verschillende etnische en religieuze groepen. Hoe hebben deze groepen zich ontwikkeld in deze multi-etnische en multireligieuze samenleving? Het is altijd een combinatie van vreedzaam samenleven, soms naast elkaar leven, dan van culturele uitwisseling, maar ook van animositeiten en botsingen.

In historisch perspectief was het Oosters-orthodoxe christendom altijd al dominant in Oekraïne. Vandaag zijn er op het gebied van de Oekraïense staat drie grote kerken, die de liturgie volgens de Byzantijnse, Oosterse ritus vieren. Een van deze drie grote kerken is de Oekraïens Grieks-Katholieke kerk, die de paus  in Rome erkent als opperhoofd. Deze erkenning is terug te voeren op een kerkelijke unie, welke in het jaar 1596 in Brest (vandaag Wit-Rusland) is verkondigd. Deze geünieerde kerk is dus in zekere zin al een resultaat van Oekraïne als grensland.

Daarnaast bestaat er de Oekraïens-orthodoxe Kerk patriarchaat van Moskou. Een meerderheid van de orthodoxe bevolking van het oosten van Polen-Litouwen viel vanaf 1654 onder bewind van Moskou. Hoewel het oosten van Polen-Litouwen oorspronkelijk onder de jurisdictie van het patriarchaat van Constantinopel viel, behoorde het orthodoxe aartsbisdom (metropolia) van Kiev vanaf 1686 onder het patriarchaat van Moskou. Een meerderheid van de oosters-christelijke bevolking van het Oekraïense deel viel vanaf het eerste Russische rijk – en daarna de Sovjet-Unie – formeel onder het gezag van Rusland en de Russisch-orthodoxe Kerk. Dat wil niet zeggen, dat orthodoxe Oekraïners hun status als “Russen” zonder weerwoord accepteren. Hoewel de formele kwestie, waarbij het Oekraïense deel onder de Russisch-orthodoxe Kerk valt, niet altijd bevraagd, kan er toch van een ambivalente identiteit worden gesproken. Vooral sinds de negentiende eeuw werd door leken en geestelijken steeds vaker benadrukt, dat het ondanks alle historische verstrengelingen en tijden van gezamenlijke (meestal imperiale) geschiedenis om twee volken, talen en tradities gaat, niet alleen om een.

Aan het begin van de twintigste eeuw, na het einde van het tsarenrijk en de Eerste Wereldoorlog, zijn er verschillende pogingen geweest om een onafhankelijke (in kerkelijke termen: autocefale) Oekraïense kerk op te richten. Hieruit kwam in 1921 een autocefale kerk voort, die in 1924 zelfs een “tomos” (een erkenningsdocument) van het patriarchaat van Constantinopel kreeg. De vervolgingen door de communisten hebben er echter voor gezorgd, dat de Oekraïense autocefale orthodoxe kerk lange tijd alleen in het buitenland, vooral in de ballingschap in Canada en de Verenigde staten heeft bestaan. Leden van deze autocefale kerk, geestelijken en leken, kwamen pas na het einde van de Sovjet-Unie in 1991 weer terug naar Oekraïne. Het leidde tot de heroprichting van de zogeheten Oekraïense Autocefale Orthodoxe Kerk. Haar canoniciteit (rechtmatigheid, als legitiem lid van een christelijk-kerkelijke traditie) werd echter (anders dan in de ballingschap) door andere orthodoxe kerken, vooral door Moskou, nooit erkend.

Huidige situatie

Begin de jaren 1990 bestonden er al drie kerken van de oosterse, byzantijnse ritus op het territorium van Oekraine. Maar er kwam een vierde bij. Een voormalige Russische metropoliet van Kiev, opgeleid tijdens de Sovjet-Unie, Filaret (Denysenko), naam in 1992 het initiatief om zich van Moskou af te scheiden. Een aantal bisschoppen volgden hem bij deze stap, anderen bleven trouw aan het patriarchaat van Moskou. Eerdere pogingen om deze nieuwe “Oekraïense-orthodoxe Kerk patriarchaat van Kiev” samen te voegen met de uit de ballingschap teruggekeerde autocefale kerk waren voor 2018 niet succesvol. Ook de Oekraïense-orthodoxe Kerk patriarchaat van Kiev kreeg door de anderen oosterse kerken geen erkenning. Twee nationaal-Oekraïense kerken hadden dus tot aan dit jaar geen officiële status in de oosters-christelijke wereld. Ze konden geen afgevaardigden sturen naar internationale forums, zoals bijvoorbeeld het Panorthodoxe Concilie van 2016 op Kreta of naar de Wereldraad van Kerken, waarvan de Russisch-orthodoxe Kerk al sinds 1961 lid was.

Patriarch Bartholomeus van Constantinopel probeerde in 2018 een einde te maken aan deze isolatie en verstuurde aan alle orthodoxe kerken in Oekraïne een uitnodiging om aan een lokaal verenigingsconcilie deel te nemen. Deze uitnodiging werd door de twee “nationale” kerken, maar ook door een minderheid van bisschoppen van de Oekraïens-orthodoxe Kerk patriarchaat van Moskou aangenomen. In januari 2019 heeft de hieruit voortgekomen “Orthodoxe Kerk van Oekraïne” van Bartholomeus een tomos gekregen, waarin hij deze als rechtmatig (canoniek) erkent en tegelijk zijn zegen geeft aan haar kerkelijke structuur. Ondanks felle protesten uit Moskou blijft Bartholomeus bij zijn beslissing. Sindsdien bestaat tussen Moskou en Constantinopel een gespannen situatie, waarbij Moskou zelfs de eucharistische gemeenschap heeft verbroken. Terwijl eigenlijk orthodoxe gelovigen van een jurisdictie zonder meer aan de eucharistie binnen een ander jurisdictie mogen deelnemen (binnen een grote oosters-christelijke familie dus) wordt dit sinds 2019 door Moskou niet meer toegestaan. Het oecumenisch patriarchaat veroorlooft zijn gelovigen echter nog wel, de communie in een Russisch-orthodoxe Kerk te ontvangen.

Maar ook het beeld van nu drie kerken – een Westerse, een Oekraïens-nationale en een “Russische” – is nog steeds te simpel. Er leeft namelijk ook in de orthodoxe kerk van het patriarchaat Moskou de notie van een afzonderlijke traditie en identiteit. Dat metropoliet Onoefri, het hoofd van deze kerk onder Moskouse jurisdictie, de oorlog op de eerste dag van de aanval een “broedermoord, vergelijkbaar met de moord van Kain” heeft genoemd, is ook tegen deze achtergrond te begrijpen. Van twee “broedervolken” wordt ook in meer inclusieve versies van de “Russische wereld” gesproken, op welke Onoefri, immers een bisschop binnen het patriarchaat van Moskou, impliciet beroep doet. Dat een broeder de andere aanvalt, kan alleen worden beweerd als er twee broeders zijn, dus als Oekraiense zelfstandigheid niet wordt genegeerd. Het gaat ook hier om de benadrukking van twee volken en kerkelijke tradities, niet alleen van een. Een aantal eparchien en bisschoppen zijn sinds het begin van de oorlog ermee gestopt om patriarch Kirill van Moskou in hun liturgische vieringen te noemen. Dat is een duidelijk teken in richting van een volledige afscheiding, terwijl een mogelijke hereniging met de andere, nationale “Orthodoxe Kerk van Oekraïne” enkel op diplomatieke wijze wordt benoemd .

Orthodoxen in Oekraïne spreken over hun eigen traditie vaak als het “Christendom van de traditie van Kiev”, ofwel als “de kerken van de Kievse traditie”. Volgens dit narratief wordt het Oosters christendom in Oekraïne gekenmerkt door geleerdheid,  oecumenische openheid en tolerantie, en is er een grote rol weggelegd voor de leken binnen de kerkelijke structuren. De eeuwenlange situatie van een grensland heeft dus op het vlak van religie en christendom een zelfstandige traditie voortgebracht, die past bij de hedendaagse realiteit. De meesten gelovigen hebben voornamelijk een nauwe relatie met de lokale priester en parochie, en denken minder in termen van een formeel lidmaatschap. In peilingen verschijnen sinds het begin van de jaren 2000 regelmatig zo’n 30-40 percent, die zich als “gewoon orthodox” benoemen, en kwesties van jurisdictie bewust buiten beschouwing laten. Oekraïne wordt sinds de onafhankelijkheid gekenmerkt door religieus pluralisme met grotere minderheden van protestanten en rooms-katholieken, en kleinere minderheden van joden en moslims. Op de vlak van organisaties en structuren bestaat sinds 1995 de zogenaamde “all-Oekraiense raad van kerken en religieuze organisaties”, waarvan alle kerken en religies lid zijn. Hoewel oorspronkelijk opgericht door de Oekraïense staat, is deze instelling sinds 2003 zelfstandig. Elk half jaar gaat het voorzitterschap over van de ene naar de andere geloofsgemeenschap. Deze raad biedt een forum voor ontmoeting en gedachtewisseling, en publiceert regelmatig gezamenlijke verklaringen over vragen van maatschappelijk en politiek belang. Ook de “all-Oekraïense raad” heeft kort na begin van de Russische aanval, met handtekening van alle leden, een verklaring gepubliceerd, waarin deze oorlog wordt veroordeelt.

Tot slot

Er kan dus niet echt sprake zijn van alleen een “grensland” in de zin van een ontmoetingsruimte tussen religies of een toneel voor de “botsing der beschavingen”. Oekraïners vertegenwoordigen en verdedigen ook hun eigen kerkelijke, religieuze en culturele traditie. Alleen moet men hierbij minder denken in termen van nationalisme: veeleer gaat het om pluralisme, democratie, wederzijdse tolerantie, zelfstandigheid, burgermaatschappij. In Oekraïne valt dit in historisch perspectief samen met de tradities van het christendom aldaar. Tegelijk zijn termen zoals pluralisme, democratie, tolerantie en burgermaatschappij ook kenmerken van de situatie van godsdienst in West-Europa.

Alfons Brüning is bijzonder hoogleraar ‘Oosters Christendom, Mensenrechten, Vredesstudies in Europa’ aan de Protestantse Theologische Universiteit en directeur van het Instituut voor Oosters Christendom (IVOC), verbonden aan de Radboud Universiteit.

%d bloggers liken dit: